Interview met een singer-songwriter over mentale gezondheid en muziek als uitlaatklep
We zitten in een park aan de rand van de stad. Achter ons raast het verkeer, voor ons wiegt een rij berken in slow motion. Op het bankje tegenover mij: Linde Vermeer, een Nederlandse singer-songwriter die haar paniekaanvallen en depressies niet meer verstopt achter metaforen, maar ze recht de microfoon in laat stromen.
Ze heeft net een nieuw mini-album uit, “Zachte Randen”. Geen grote productie, geen bombast. Zes liedjes, opgenomen in een houten tuinhuis, met de regen tikkend op het dak als ongevraagde percussie. Muziek als uitlaatklep, maar ook als seismograaf van wat binnenin trilt.
We praten over mentale gezondheid, over muziek, over stilte. En ergens daartussen duikt steeds weer de natuur op, als spiegel, als decor, soms als enige veilige plek.
Wanneer de binnenwereld te luid wordt
Ik vraag Linde wanneer ze voor het eerst merkte dat muziek meer was dan alleen een hobby.
“Dat was toen mijn hoofd echt teveel lawaai maakte,” zegt ze zonder omweg. “Ik was 17, ik sliep nauwelijks. Overdag speelde ik de vrolijke leerling, ’s nachts lag ik wakker met gedachten die als meeuwen op afval vlogen. Scherpe, lelijke rondjes.”
Ze vertelt hoe ze per ongeluk ontdekte dat akoestische gitaren beter luisteren dan veel mensen.
“Ik had een rotdag gehad, ik kwam thuis, en in plaats van huiswerk maken heb ik drie akkoorden gespeeld. Steeds opnieuw. Op een gegeven moment merkte ik: mijn ademhaling past zich aan het ritme aan. Alsof mijn lichaam dacht: oké, hier kunnen we even wonen.”
Is muziek dan een vorm van therapie?
“Ja en nee,” zegt ze. “Muziek is mijn uitlaatklep, maar geen wondermiddel. Het is een plek waar ik eerlijk kan zijn, waar ik dingen durf uit te spreken die ik in een gesprek misschien zou inslikken. Maar ik heb ook therapie en medicatie gehad. Een gitaar alleen redt je niet uit een depressie, maar het kan je wel een paar extra ademteugen geven op de dagen dat alles strak staat.”
De natuur als stille bandlid
Wie naar “Zachte Randen” luistert, hoort overal natuurgeluiden opduiken: regen, wind, vogels, zelfs het gezoem van een verre snelweg dat plots klinkt als een verre zee. Ik vraag haar of dat toevallig is.
“Niks daaraan is toevallig,” lacht ze. “Toen ik mijn eerste burn-out had, kon ik bijna niets meer verdragen: geen drukke cafés, geen supermarkten, geen feestjes. Het enige wat nog te doen was: wandelen. Eerst door de buurt, later steeds verder. In het bos merkte ik dat er geen prestatie van me verwacht werd. Bomen vragen niet hoe het met je carrière gaat.”
Ze begon geluiden op te nemen met haar telefoon.
“In het begin was het gewoon: oké, deze merel klinkt minder agressief dan mijn eigen gedachten. Ik nam hem op om hem later nog eens te kunnen horen. Maar gaandeweg werd het materiaal. De regen op het afdak bij mijn ouders. De wind langs de dijken. De stilte van een mistige ochtend, die eigenlijk vol minuscule geluidjes zit als je echt luistert.”
Die veldopnames werden het fundament van het album.
“Voor veel mensen is mentale gezondheid iets onzichtbaars. Maar voor mij heeft elke gemoedstoestand een soort landschap. Mijn angst voelt als een opgesloten, te warm klaslokaal. Mijn verdriet als een leeg strand in februari. Mijn kalmte als een bospad met natte aarde. Door natuur in mijn muziek te laten sijpelen, geef ik die innerlijke plekken een buitenkant.”
Over schaamte, taboes en liedjes die te eerlijk zijn
Muziek als uitlaatklep klinkt mooi, bijna romantisch. Maar wat gebeurt er als je die kwetsbaarheid op Spotify zet, met je volledige naam erbij?
“Dat was doodeng,” geeft Linde toe. “Mijn eerste single, ‘Niet Vandaag’, gaat vrij expliciet over zelfmoordgedachten. Geen bloed, geen shockwaarde, maar wel zinnen als: ‘Ik beloof niets, behalve dat ik het vandaag nog even probeer.’”
Ze zweeg even na de opname.
“Ik heb serieus overwogen om het nummer te houden voor live-shows. Intiem, tussen vier muren, je ziet elkaar, je voelt of het oké is. Maar dan dacht ik: als ik dit zwaar vind om te delen, hoeveel mensen lopen dan rond met soortgelijke gedachten, zonder überhaupt een lied te hebben om erbij te zetten?”
De reacties verrasten haar.
“Er waren mensen die zeiden: ‘Wat dapper!’ Dat vond ik eigenlijk een raar compliment. Het is niet stoer om bijna te verdrinken en dan te roepen om hulp. Het is noodzakelijk. Maar er kwamen ook berichten als: ‘Dankjewel, dit beschrijft exact hoe mijn vorige winter voelde. Ik voel me minder alleen.’ Daar doe ik het voor.”
Natuurlijk waren er ook minder begripvolle stemmen.
“Een radiomaker noemde het ‘te zwaar’ voor de ochtend. Ik snap dat ergens, maar ik moet lachen om het idee dat depressie netjes wacht tot na kantooruren. We praten over burn-outs in nieuwsitems, maar als iemand de binnenkant van die ervaring in kunst giet, vinden we het snel ‘te veel’.”
Schrijven als emotionele recycling
Wat gebeurt er precies wanneer ze een nummer schrijft? Hoe wordt ruwe emotie een vorm die anderen ook kunnen dragen?
“Schrijven is voor mij emotionele recycling,” zegt Linde. “Ik neem iets dat in mijn hoofd giftig rondcirkelt — schuld, schaamte, angst — en ik probeer er iets mee te maken dat tenminste een beetje bruikbaar wordt. Voor mij, soms voor anderen.”
Haar proces klinkt simpel, maar vergt moed:
“Ik stel mezelf steeds dezelfde vraag: durf ik dit hardop te zingen? Als het antwoord nee is, weet ik dat ik ergens omheen aan het schrijven ben. Dan moet ik dichterbij. Soms betekent dat dat ik een hele couplet weggooi, omdat het eigenlijk een rookgordijn is.”
Toch is er een grens.
“Ik deel veel, maar niet alles. Er zijn gebeurtenissen die zo rauw zijn dat ze nog niet in een lied passen. Of die simpelweg niet alleen van mij zijn. Ik probeer nooit andermans verhaal te grabbel te gooien. En ik let erop dat een nummer niet eindigt in totale wanhoop. Er moet ergens een open raam blijven, al is het maar op een kier.”
De rol van het publiek: spiegels, geen redders
Wie zijn pijn deelt op een podium, riskeert ook dat mensen je ineens als ‘mentale-gezondheids-artiest’ gaan zien. Een wandelend zelfhulpboek met gitaar.
“Dat label voel ik soms, ja,” zegt ze. “Na optredens komen er vaak mensen naar me toe met hun eigen verhalen. Dat vind ik eervol en intens tegelijk. Ik ben geen therapeut. Ik kan luisteren, ik kan even naast je staan, maar ik kan je niet repareren. Net zomin als iemand mij kan repareren.”
Ze beschrijft hoe ze leerde haar grenzen beter te bewaken.
“In het begin bleef ik na shows eindeloos praten, tot ik leeg was als een afgewaaide bladnerf. Nu probeer ik het anders te doen. Ik zeg soms: ‘Dankjewel dat je dit deelt, ik hoop dat je ook iemand hebt met wie je hier verder over kan praten.’ Dat is geen afwijzing, dat is eerlijkheid. We kunnen elkaar spiegelen, maar we zijn geen reddingsboeien.”
Toch gelooft ze heilig in de kracht van die kleine ontmoetingen.
“Een vrouw kwam naar me toe en zei: ‘Door jouw nummer durfde ik mijn huisarts te bellen.’ Dat is geen happy end, dat is een eerste stap. Maar zonder die stap geen pad, geen bos, geen uitzicht. Als één lied iemand ertoe brengt om hulp te zoeken, dan is al die kwetsbaarheid op het internet het waard geweest.”
Muziek als ademruimte in een overprikkelde wereld
We hebben het over de grotere context. Mentale gezondheid en een planeet die opwarmt, systemen die kraken, steden die knetteren van prikkels. Is het toeval dat juist nu zoveel artiesten zingen over paniek en uitputting?
“Ik denk niet dat het toeval is,” zegt Linde. “We leven in een tijd waarin alles tegelijk gebeurt. Je telefoon is een soort sirene die nooit uitgaat. En daarbovenop het gevoel dat de aarde zelf in ademnood zit. Wie voelt zich dan nog echt veilig?”
Voor haar is muziek een vorm van tijdelijke beschutting.
“Een lied kan drie minuten lang een kleine, afgebakende ruimte zijn. Een kamer waar je mag voelen wat je normaal wegduwt. Verdriet, woede, rouw. Maar ook: rust, of zelfs niets. Dat laatste is onderschat: gewoon even niets hoeven zijn. In een wereld die continu vraagt: ‘Wat doe jij? Wat presteer jij?’, is een traag, stil nummer bijna een daad van verzet.”
Ze merkt dat veel van haar fans haar muziek gebruiken als ritueel.
“Dat zijn allemaal manieren om ademruimte te maken,” zegt Linde. “En ja, het is tijdelijk. Maar ademruimte is altijd tijdelijk. Je ademt in, je ademt uit. Ze zeggen: ‘Haal eens diep adem’, niet: ‘Haal één keer adem en dan ben je klaar voor het leven.’”
Praktische tips: muziek als uitlaatklep zonder dat je een album hoeft te maken
Niet iedereen is singer-songwriter. Niet iedereen wil het podium op. Maar de behoefte om iets kwijt te kunnen, die is universeel. Ik vraag Linde wat ze zou aanraden aan mensen die muziek willen gebruiken als uitlaatklep, zonder er een carrière van te maken.
Ze denkt even na en somt dan, bijna verlegen, een paar dingen op die haar hielpen:
Ze glimlacht: “En als je merkt dat muziek alleen niet genoeg is, dat je kopje onder gaat — dan is dat geen teken dat je faalt met je ‘creatieve uitlaatklep’. Dat is een signaal dat je meer hulp nodig hebt. Liedjes zijn geen vervanging voor zorg. Ze kunnen wel een brug zijn ernaartoe.”
Kwetsbaarheid als vorm van milieuzorg
We dwalen langzaam terug naar de bomen om ons heen. Wat heeft mentale gezondheid eigenlijk te maken met de thematiek waar dit blog meestal over schrijft: milieu, aarde, leefomgeving?
“Voor mij: alles,” zegt Linde. “Toen ik het slechtst in mijn vel zat, zag ik de wereld vooral als decor. Iets dat tegen me aan duwde, lawaaide, me overspoelde. Pas toen ik beter leerde luisteren naar mijn eigen grenzen, begon ik ook de grenzen van de aarde serieuzer te nemen.”
Ze vertelt hoe ze haar tours anders is gaan organiseren.
“Ik speel vaker op één plek meerdere dagen, in plaats van elke avond een andere stad met de auto. Minder reizen is beter voor mijn hoofd én voor de uitstoot. Ik verkoop minder merch, maar wel duurzamer. En ik zeg vaker nee tegen optredens die me uitputten, hoe verleidelijk ze soms ook zijn. Rust is ook een ecologisch gebaar, op microniveau.”
Voor haar zijn de parallellen tussen innerlijke en uiterlijke ecologie onvermijdelijk.
“We leven op een planeet die overbelast is, en in hoofden die dat ook zijn. Minder, trager, zachter: dat is geen luxe. Dat is een overlevingsstrategie, zowel voor mensen als voor ecosystemen. Muziek kan helpen om dat tempo te voelen. Drie minuten lang anders ademen. Drie minuten lang luisteren in plaats van consumeren.”
Ze kijkt naar de berken achter ons. “Als ik zing over mijn paniek, zing ik ook over een systeem dat ons constant opjaagt. En als ik fluister over rust, dan fluister ik misschien ook namens die bomen, rivieren, dieren die al veel te lang op standje overleven draaien.”
Misschien is dat wat goede liedjes tegenwoordig doen: ze trekken een draad tussen de storm in ons hoofd en de storm buiten. Ze maken hoorbaar dat beide serieus genomen willen worden. Niet als trend, niet als hashtag, maar als iets waar je elke dag voorzichtig mee omgaat.
Wanneer we afscheid nemen, steekt de wind iets op. Iemand verderop laat een hond los, een kraai schreeuwt ergens boven ons. Linde trekt haar jas dicht.
“Weet je,” zegt ze nog, “als mensen mijn muziek zouden omschrijven als een plek waar je even mag ademen — dan is dat genoeg. Voor hen, voor mij, en misschien ook voor de wereld waar we allemaal in proberen te passen.”
Interview met een tourmanager over leven onderweg en backstageverhalen uit de tourbus
Intiem interview met een singer songwriter over kwetsbaarheid in songteksten en de kracht van persoonlijke verhalen
Interview met een producer over de opkomst van diy home recording en de democratisering van muziekproductie
Interview met een frontvrouw over gender, podiumprésence en representatie binnen de alternatieve muziekindustrie
Exclusief interview met een doorbrekende nederhopartiest over authenticiteit, geld en groei
Interview met een producer over het maken van de perfecte hook en het bouwen van een instant hit
De opkomst van community-driven concerten: hoe fans zelf intieme shows en geheime line-ups mogelijk maken
Hoe de opkomst van niche-muziekcommunities op Discord en Reddit de undergroundscene nieuw leven inblaast
Nieuws over opvallende reünies en verrassende comebacks in de rockscene waar niemand nog op had gerekend
Liveverslag van een meerdaags festival met focus op alternatieve acts en verborgen parels op de kleinere podia