Een backstage die naar mos ruikt
Backstage ruikt het niet naar bier en koude pizza, maar naar nat hout en citroengras. Iemand heeft een diffuser meegenomen. Iemand heeft ook een plant neergezet, een stekje in een afgesneden blik. Op de flightcase ligt een setlist, met in de marge een klein getekend golfje.
Hier spreek ik met Lina Vermeer, frontvrouw van de Utrechtse post-punk/ambient band Tideglass. Op haar handpalmen staan in zwarte stift twee woorden: space en care. Ze lacht: “Anders vergeet ik het op het podium.”
We praten over gender, podiumprésence en representatie in een alternatieve muziekscene die zichzelf graag progressief noemt, maar nog vaak aanvoelt als een oud clubhuis met nieuwe posters.
“Alternatief” is niet automatisch inclusief
Ik vraag haar wat haar het meest verraste toen ze als frontvrouw voor het eerst de alternatieve circuits binnenwandelde.
“Dat iedereen dacht dat we er al waren,” zegt ze zonder omweg. “Alsof alternatief synoniem is voor veilig. Alsof DIY betekent: geen machtsstructuren. Maar backstage zie je vrij snel wie het volume bepaalt.”
Ze somt op, bijna ritmisch:
- De geluidstechnicus die automatisch de mannelijke gitarist aanspreekt voor de soundcheck.
- De programmeur die vraagt of hun ‘zangeres’ extra begeleiding nodig heeft.
- De recensent die in de eerste alinea schrijft over haar uiterlijk, en pas daarna over de muziek.
“Het zijn geen grote explosies,” zegt ze. “Het zijn druppels. Maar druppels kunnen hout uithollen.”
Gender op het podium: lichaam als slagveld, of als landschap?
Op het podium wordt elk lichaam een soort uithangbord. Je kunt het ontkennen, maar de spots zijn genadeloos. Ik vraag haar hoe dat voelt, als frontvrouw.
“De eerste jaren voelde mijn lijf als slagveld,” antwoordt ze. “Alles was of te veel of te weinig. Te luid, te stil, te aanwezig, te afwezig. Ik probeerde mezelf kleiner te maken tussen de nummers door. Minder praatjes, minder beweging, minder risico op commentaar.”
Ze kijkt naar haar laarzen, waarop opgedroogde modder zit van een festival in de regen.
“Tot ik ergens onderweg dacht: wat als ik mijn lichaam niet zie als vitrinekast, maar als landschap? Iets waar geluid doorheen mag waaien. Iets dat mag veranderen met het seizoen. Niet strak geregisseerd, maar ademend.”
Die verschuiving, zegt ze, veranderde haar podiumprésence radicaal.
“Plots voelde een trillende hand niet meer als falen, maar als bewijs dat ik leef. Dat ik niet op autopilot sta. En dat mag zichtbaar zijn.”
Podiumprésence: tussen overleven en overstijgen
We hebben het woord ‘podiumprésence’ vaak opgepoetst tot iets glanzends, bijna magisch. Maar achter dat woord schuilt techniek, oefening, vallen en wéér opstaan.
“Voor vrouwen en non-binaire makers is podiumprésence vaak eerst een overlevingsstrategie,” zegt Lina. “Je leert ruimtes lezen. Hoe is de vibe? Wie lacht waar om? Wie zit met zijn armen over elkaar? In het begin gebruik je je présence om niet opgegeten te worden.”
Ze beschrijft drie lagen van présence waar ze doorheen is gegaan:
- Beschermende présence — “Je bouwt een pantser. Sarcasme, harde grappen, grote gebaren. Alles om niet kwetsbaar te lijken.”
- Functionele présence — “Je leert tempo, timing, hoe je een zaal terugwint na een stil moment. Het is bijna ambacht: adem, stem, blik.”
- Intentionele présence — “Je kiest heel bewust welke energie je meeneemt op het podium. Wat wil je wakker kietelen in de zaal? Waar geef je ruimte aan?”
“Nu probeer ik in die derde laag te blijven,” zegt ze. “Soms lukt dat. Soms trek ik weer mijn oude harnas aan. Maar ik merk steeds vaker: kwetsbaarheid kan ook een versterker zijn.”
Representatie in de alternatieve scene: wie mag de echo zijn?
Er wordt graag gezegd dat “de scene” diverser wordt. Meer vrouwen op affiches, meer queer acts, meer kleuren op de aftermovie. Ik vraag haar hoe dat vanbinnen voelt.
“Het is ingewikkeld,” zegt ze. “Aan de ene kant: ja, er is vooruitgang. Aan de andere kant: het blijft vaak bij het eerste laagje. Een token hier, een panel daar. Maar representatie is niet: we hebben er eentje, dus het is goed.”
Ze tekent met haar vinger onzichtbare cirkels op de flightcase.
- Wie staat op de line-up?
- Maar ook: wie beslist over die line-up?
- Wie zit aan tafel bij de subsidieaanvraag?
- Wie programmeert de late-night slots, en wie de zondagmiddag?
- Wie wordt gerecenseerd, en in welke taal wordt erover geschreven?
“Representatie is ook: wie mag falen en toch nog een tweede kans krijgen? Wie mag matig verkopen en tóch blijven spelen? Daar zie je de echte scheefgroei.”
De blik van de recensent: woorden als lens
Omdat Tigermucke leeft op het snijvlak van muziek, taal en wereldbeeld, vraag ik haar naar kritiek. Wat doet het met haar om gerecenseerd te worden?
“Het venijn zit niet alleen in wat er staat,” zegt ze. “Maar vooral in wat er niet staat.” Ze lacht kort. “Ik heb recensies gehad waarin mijn stem werd omschreven als ‘verrassend krachtig voor een vrouw’. Alsof dat een soort natuurwet tart.”
Ze herinnert zich drie repeterende patronen:
- Focussen op uiterlijk (“charismatische frontvrouw met androgyne looks”) voor er een woord staat over de lyrics.
- Framen als uitzondering (“bewijst dat vrouwen ook stevig kunnen spelen”).
- Context negeren (“doet denken aan X-man, maar dan… vrouwelijker?”).
“Recensies zijn spiegels,” zegt ze. “Maar vaak spiegels die al scheef hangen. Je leest niet alleen hoe zij ons zien, maar ook welke bril ze op hebben. En die bril is zelden neutraal.”
Ze stelt zelf een simpele vraag wanneer ze een recensie leest:
“Had je dit ook zo geschreven als ik geen vrouw was geweest? Als je antwoord nee is, moet je opnieuw beginnen.”
Veilige ruimtes maken: meer dan een regenboogsticker
De laatste jaren duikt steeds vaker het woord ‘safe space’ op in subsidiedossiers, op websites, in bio’s. Maar hoe ziet dat eruit, in de praktijk van een tourbus en een backstage met net genoeg stoelen?
“Veiligheid is geen statement, maar een afspraak,” zegt Lina. “En afspraken zijn pas echt als er gevolgen zijn als je ze breekt.”
Ze noemt een paar dingen die voor haar het verschil maken:
- Duidelijke gedragscode die zichtbaar hangt in de zaal en backstage – niet verstopt in een PDF op een website.
- Een aanspreekpunt dat niet de barchef is die ook de merch doet en de sleutel van de kelder kwijt is, maar iemand met tijd, training en mandaat.
- Diversiteit in het team, niet alleen op het podium maar ook bij techniek, productie en promotie.
- Concrete afspraken over hoe om te gaan met grensoverschrijdend gedrag. Geen “we kijken wel”, maar een helder stappenplan.
- Inclusieve taal in communicatie: geen automatische ‘beste heren’, geen line-upteksten vol clichés over “meisjes met gitaren”.
“Een regenboogsticker op de deur is sympathiek,” zegt ze. “Maar ik wil weten: wat doe je als iemand over mijn grenzen gaat tijdens een show? Hoe handel je dan? Dáár zit de geloofwaardigheid.”
Ecologie, zorg en de manier waarop we touren
We komen onvermijdelijk bij de ecologische laag. Hoe voelt het om deel uit te maken van een industrie die leeft van reizen, spullen, licht, geluid – in een tijd waarin elke extra kilometer, elke nieuwe gadget ter discussie staat?
“De milieuvraag raakt direct aan zorg,” zegt Lina. “En zorg is óók een feministisch thema. Hoe plannen we tours? Wie moet zichzelf kapotspelen om zichtbaar te blijven? Wie kan het zich permitteren om nee te zeggen tegen slechte deals?”
Tideglass experimenteert met andere ritmes:
- Meer optredens clusteren per regio, minder heen-en-weer rijden.
- Touren met een kleinere set-up: minder gear, meer delen met andere bands.
- Bewust kiezen voor zalen die investeren in duurzame infrastructuur.
- Workshops koppelen aan shows, zodat één rit meer lagen heeft dan alleen een gig.
“Het gaat niet om pure perfectie,” zegt ze. “Maar om eerlijk de vraag stellen: wie betaalt de echte prijs voor onze zichtbaarheid? De aarde? Onze lichamen? De mensen die achter de schermen te veel uren draaien?”
Mentorschap als tegengewicht voor de oude netwerken
In de alternatieve industrie werken nog altijd dezelfde informele netwerken: wie je kent, wie je ooit dronken hebt gesproken aan de bar, wie je nummer heeft. Daarin zit veel onzichtbare uitsluiting.
“De meeste van mijn eerste kansen kwamen niet via open calls,” zegt Lina. “Maar via iemand die zijn nek uitstak. Dat besef heeft me later geduwd richting mentorschap.”
Samen met een paar andere artiesten startte ze een informeel mentorprogramma voor jonge vrouwelijke en queer makers.
“Het is niet groot en niet chic,” zegt ze. “We hebben geen glanzende website. Maar we hebben een groep waar je eerlijk kunt vragen: hoe onderhandel ik over mijn gage? Wanneer zeg ik nee tegen een foute tourdeal? Wat zet ik in mijn rider om mezelf en mijn crew te beschermen?”
Ze benadrukt dat mentorschap niet alleen gaat over tips, maar ook over:
- Normaliseren van twijfels — “Je bent niet ‘lastig’ omdat je grenzen aangeeft.”
- Doorbreken van schaamte — “Je mag praten over slechte ervaringen zonder bang te zijn alles kwijt te raken.”
- Creëren van eigen netwerken — “Een alternatief web, waar zorg en uitwisseling centraal staan.”
Hoe het publiek mede-schrijver wordt
Er is een neiging om verantwoordelijkheid vooral bij zalen, labels en media te leggen. Terecht, tot op zekere hoogte. Maar in de zaal, in dat warme donker, staat nog een actor: het publiek.
“Publiek onderschat vaak hoeveel macht het heeft,” zegt Lina. “Energie in de zaal is niet vaag. Ik voel het fysiek. Hoe mensen kijken. Hoe ze reageren als iemand een grens overschrijdt vooraan bij het podium. Of ze meeknikken, of wegkijken.”
Ze geeft concrete voorbeelden van wat publiek kan doen:
- Grenzeloos gedrag niet relativeren als ‘het hoort erbij’, maar benoemen of melden.
- Bewust kiezen voor zalen en festivals die transparant zijn over hun waarden.
- Artiesten steunen die risico nemen door scherpe thema’s aan te snijden, ook als het wringt.
- Online niet alleen “je was mooi” reageren, maar inhoudelijke feedback geven over de muziek, de lyrics, de energie.
“Publiek is geen passieve massa,” zegt ze. “Het is medeschrijver van de avond. En indirect ook van de scene die we samen bouwen.”
Wat ze had willen horen, jaren geleden
Aan het eind vraag ik haar: als je iets kon zeggen tegen je jongere zelf, toen je nog met trillende handen in kleine kelders speelde, wat zou dat zijn?
Ze denkt lang na. Buiten tikt iemand een sigaret uit in een lege plantenbak. Binnen sist een kapotte TL-lamp zachtjes boven de koelkast.
“Dat je niet hoeft te kiezen tussen zacht zijn en sterk zijn,” zegt ze dan. “Dat die twee elkaar niet opeten. Dat je podiumprésence niet hetzelfde is als onverwoestbaar zijn. Je mag vloeibaar zijn. Onzeker. Luid. Stil. Alles mag bestaan.”
Ze glimlacht scheef.
“En dat het niet jouw taak is om de hele industrie te repareren. Doe wat je kunt, waar je bent. Neem anderen mee het licht in. Maar vergeet niet: jij bent ook onderdeel van de natuur die je probeert te beschermen. Je bent geen oneindige grondstof.”
De echo na het laatste akkoord
Als ze het podium opgaat, een uur later, voel ik hoe de woorden van daarnet door de zaal bewegen. Niet als les, maar als stroom. Lina staat niet als standbeeld in de spot, maar als iemand die ademt, luistert, terugduwt en weer meegeeft.
In de pit zie ik:
- Iemand die hun eerste bandshirt draagt, nog een maat te groot.
- Iemand met tranen in de ogen tijdens een stil refrein.
- Iemand die een grens bewaakt wanneer een dronken lichaam te dicht op een ander valt.
Misschien is dat de kern van waar we het over hadden: gender, podiumprésence, representatie. Niet als abstracte thema’s voor panels en beleidsnota’s, maar als iets dat je kunt voelen in het moment dat een stem breekt in de microfoon.
Elke show is een kleine ecologie van mensen, lichamen, blikken, keuzes. De vraag is niet alleen wie er op het podium staat, maar ook:
Wie mag zich hier thuis voelen?
Wie krijgt de ruimte om van vorm te veranderen?
Wie wordt gezien als meer dan decor?
Als het laatste akkoord uitsterft en de zaal langzaam leegloopt, blijven er sporen achter. Een vergeten oorplug op de grond. Een flyer op een natte bar. Een zin uit een nummer die blijft rondzingen in het hoofd van iemand die morgen een mail schrijft naar een programmeur, of een gedragscode herschrijft, of voor het eerst een microfoon vastpakt.
Misschien begint verandering precies daar: niet in het geschreeuw van grote statements, maar in de zachte verschuiving van wie durft te gaan staan. En in wie besluit om niet meer weg te kijken.
